Douane-entrepot: wanneer loont het voor Turkse goederen?
Onder de regeling douane-entrepot slaat u niet-Uniegoederen voor onbepaalde tijd op onder douanetoezicht zonder invoerrechten of andere heffingen te betalen, en zonder toepassing van handelspolitieke maatregelen (art. 237, lid 1 en art. 238, lid 1 DWU). De douaneschuld ontstaat pas bij het in het vrije verkeer brengen; bij wederuitvoer ontstaat hij niet. Zekerheid stellen is verplicht voor een particulier entrepot en voor een publiek entrepot type II.
Bron: Douane Nederland · EUR-Lex / Bureau voor publicaties van de EU.
Gegevens laatst bijgewerkt:
.
Termijnenrekenaar: A.TR, tijdelijke opslag en overbrenging
Termijnenrekenaar: A.TR, tijdelijke opslag en overbrenging — Vier data bepalen of een entrepotplan houdbaar is. Vul in wat u hebt; wat u niet invult, wordt niet geraden.
Deze rekenaar gebruikt uitsluitend de termijnen die op deze pagina staan: de viermaandentermijn van het A.TR, de 90 dagen van de tijdelijke opslag en de 30 en 100 dagen van een overbrenging. Hij kent uw vergunningvoorwaarden niet, kent geen individuele beschikking en beslist niet of uw certificaat wordt aanvaard.
Datum van afgifte van het A.TR — Het certificaat moet binnen vier maanden na afgifte worden overgelegd. art. 8, lid 1 van Besluit nr. 1/2006 EG–Turkije
Datum plaatsing onder de regeling douane-entrepot — Bij plaatsing worden de goederen aangebracht; dat is het moment dat lid 3 toetst. art. 8, lid 3 van Besluit nr. 1/2006 EG–Turkije
Datum aanbrengen bij aankomst (begin tijdelijke opslag) — Optioneel. Alleen nodig om de uiterste dag van de tijdelijke opslag te tonen. art. 149 DWU
Datum weghalen uit het entrepot — Optioneel. Start van een overbrenging onder de regeling. art. 179 GVo.DWU
Bestemming van de overbrenging — Naar het douanekantoor van uitgang, of naar een andere locatie binnen dezelfde vergunning. art. 179 GVo.DWU
Waar de rekenaar op rekent — Elke termijn hieronder staat met zijn grondslag. De rekenaar voegt er geen enkele waarde aan toe en kent geen enkele termijn die hier niet staat.
A.TR: vier maanden — Het A.TR moet binnen vier maanden na afgifte worden overgelegd aan de douaneautoriteiten van het land van invoer. — art. 8, lid 1 van Besluit nr. 1/2006 van het Comité douanesamenwerking EG–Turkije
Te late overlegging — Een te laat overgelegd certificaat wordt aanvaard wanneer de goederen vóór het verstrijken van die termijn zijn aangebracht; lid 2 laat aanvaarding toe bij uitzonderlijke omstandigheden. De rekenaar beslist niet over aanvaarding — dat doet uw douanekantoor. — art. 8, lid 2 en lid 3 van Besluit nr. 1/2006 EG–Turkije
Douane-entrepot: onbeperkt — De opslagduur onder de regeling douane-entrepot is onbeperkt; alleen in uitzonderlijke gevallen stelt de Douane een zuiveringstermijn vast. De rekenaar toont daarom geen einddatum voor de opslag zelf. — art. 238, lid 1 en lid 2 DWU
Overbrenging: 30 dagen — Overbrengingen onder de regeling moeten eindigen binnen 30 dagen nadat de goederen uit het entrepot zijn weggehaald. — art. 179 GVo.DWU (Verordening 2015/2446)
Daadwerkelijk uitgaan: 100 dagen — Wordt vervoerd naar het douanekantoor van uitgang, dan moet de administratie binnen 100 dagen informatie over het daadwerkelijke uitgaan bevatten. — art. 179 GVo.DWU (Verordening 2015/2446)
Verlenging blijft buiten de som — Beide overbrengingstermijnen kan de Douane op verzoek verlengen. De rekenaar rekent zonder verlenging, omdat een verlenging een individuele beschikking is. — art. 179 GVo.DWU
Telwijze — Maanden worden geteld naar hetzelfde dagnummer in de vierde maand; bestaat die dag in die maand niet, dan geldt de laatste dag van die maand. Dagtermijnen zijn kalenderdagen vanaf de opgegeven datum. — rekenconventie van deze pagina, geen wettelijke bepaling
Uitkomsten zijn rekenkundige data, geen beschikking. Leg de werkwijze vooraf vast met uw douanekantoor en laat uw btw-positie bevestigen door de Belastingdienst of uw douane-expediteur.
Drie posities van dezelfde partij
Drie posities van dezelfde partij — De hele afweging draait om waar de zending staat ten opzichte van de regeling. Deze pagina loopt die drie posities van boven naar beneden door.
Buiten de regeling — de partij is nog niet geplaatst, of de regeling is al gezuiverd.
Onder de regeling — niet-Uniegoederen liggen onder douanetoezicht: geen invoerrechten, geen andere heffingen, geen handelspolitieke maatregelen.
In het vrije verkeer — de douaneschuld is ontstaan, tegen de heffingsgrondslagen en het tarief van dat moment.
Wat de regeling douane-entrepot doet
Onder de regeling douane-entrepot slaat u niet-Uniegoederen op in ruimten of op andere locaties die de Douane heeft goedgekeurd en die onder douanetoezicht staan (art. 240, lid 1 DWU). Zolang de goederen onder de regeling liggen, betaalt u geen invoerrechten en geen andere heffingen, en gelden handelspolitieke maatregelen niet — voor zover die het binnenbrengen of uitgaan van de goederen niet verbieden (art. 237, lid 1 DWU).
Voor een goederenstroom uit Turkije levert dat twee losstaande voordelen op die in de praktijk vaak op één hoop worden gegooid.
Uitstel en afstel: twee losstaande voordelen
Uitstel — Gaat de partij uiteindelijk naar de Europese markt, dan ontstaat de douaneschuld pas bij het in het vrije verkeer brengen. U legt geen kapitaal vast op het moment dat de vrachtwagen arriveert, maar op het moment dat u verkoopt.
Afstel — Verlaat de partij het douanegebied van de Unie weer, dan zijn invoerrechten en btw nooit verschuldigd. Dat is de echte reden waarom Turkse leveranciers en logistieke dienstverleners een Europese buffervoorraad in Nederland aanhouden: één voorraad, meerdere afzetmarkten.
De opslagduur is onbeperkt (art. 238, lid 1 DWU). Alleen in uitzonderlijke gevallen mag de Douane een termijn voor zuivering vaststellen, met name als soort en aard van de goederen bij langdurige opslag gevaar opleveren voor mens, dier, plant of milieu (art. 238, lid 2 DWU).
Soorten douane-entrepot en de zekerheidsplicht
Publiek douane-entrepot type I — Wie mag het gebruiken: iedereen | Verantwoordelijkheid: vergunninghouder én houder van de regeling (art. 242, lid 1 DWU) | Zekerheid stellen: volgens vergunning
Publiek douane-entrepot type II — Wie mag het gebruiken: iedereen | Verantwoordelijkheid: uitsluitend de houder van de regeling (art. 242, lid 2 DWU) | Zekerheid stellen: ja — mag ook door de houder van de regeling of een derde worden gesteld
Publiek douane-entrepot type III — Wie mag het gebruiken: iedereen | Verantwoordelijkheid: beheerd door de douaneautoriteiten zelf | Zekerheid stellen: n.v.t.
Particulier douane-entrepot — Wie mag het gebruiken: alleen de vergunninghouder, tevens houder van de regeling | Verantwoordelijkheid: vergunninghouder | Zekerheid stellen: ja
Twee rollen: vergunninghouder en houder van de regeling
De Douane stelt de hoogte van de zekerheid vast in een aparte beschikking. Let op het onderscheid tussen de twee rollen: de houder van de regeling is de persoon die de douaneaangifte tot plaatsing doet of voor wiens rekening die aangifte wordt gedaan.
Bij een publiek entrepot type II schuift de aansprakelijkheid daarmee naar uw klant — wat commercieel aantrekkelijk lijkt, maar betekent dat u contractueel moet regelen wie de administratie voedt.
Vergunning aanvragen
Wilt u een douane-entrepot beheren, dan heeft u een vergunning nodig. Die vraagt u aan via het EU Trader Portal (aanvraagtype CWP). De Douane verleent de vergunning alleen als u aan de voorwaarden kunt voldoen: er worden eisen gesteld aan uw administratieve organisatie en interne beheersing, en u moet zekerheid stellen. Werkt u met opslaglocaties in meer dan één lidstaat, dan is een grensoverschrijdende vergunning mogelijk.
Twee zaken die aanvragers regelmatig verrassen
Twee zaken die aanvragers regelmatig verrassen — Beide gaan over het moment waarop de vergunning er moet zijn en over wat zij nog meer dekt.
Geen terugwerkende kracht — Een vergunning voor het beheren van opslagruimten voor douane-entrepot kan niet met terugwerkende kracht worden verleend (art. 211, lid 2, onder g DWU). Opslaan zonder vergunning is dus niet achteraf te repareren.
De vergunning dekt ook tijdelijke opslag — De vergunning geldt niet alleen voor goederen onder het stelsel van douane-entrepots. De entrepotruimte is tevens aangewezen als plaats waar tijdelijke opslag mag plaatsvinden — met een maximale duur van 90 dagen (art. 149 DWU). Voor de zekerheid van douaneschulden bij tijdelijke opslag kan worden meegelift met de zekerheid voor de entrepotvergunning.
Administratie: waar de controle daadwerkelijk op landt
U moet een passende administratie voeren in een door de douaneautoriteiten goedgekeurde vorm, die voldoet aan artikel 178 van Verordening 2015/2446 (GVo.DWU). Daarin horen onder meer:
de referentie van de vergunning;
het MRN van de aangiften tot plaatsing en de wijze van zuivering;
merken en aantallen;
de locatie van de goederen en elke overbrenging;
de douanestatus;
de verrichte gebruikelijke behandelingen en de eventuele nieuwe tariefindeling die daaruit volgt.
Specifiek genoeg om twee opslagvormen te scheiden — Niet-Uniegoederen moeten zó specifiek worden geregistreerd dat duidelijk is wanneer welke goederen onder welke vorm van opslag lagen — tijdelijke opslag of douane-entrepot. In de praktijk betekent dat werken met heel specifieke kenmerken, eventueel aangevuld met stickers, barcodes en andere fysieke identificatiemiddelen. Een WMS dat alleen artikelnummer en aantal bijhoudt, is hiervoor niet toereikend.
Meldplicht — Daarnaast kent de vergunning een meldplicht: de Douane kan u verplichten te melden bij aankomst van de goederen op de opslaglocatie, bij begin en einde van een gebruikelijke behandeling, bij onregelmatigheden en bij vertrek van de goederen. De melding doet u met het formulier ‘Kennisgeving Douane’; hoe u het instuurt, staat in de individuele voorwaarden van uw vergunning.
Wat mag u met de goederen doen?
Gebruikelijke behandelingen (wegen, sorteren, monsterneming, ompakken, roestwering) — Toegestaan onder de regeling: ja, uitsluitend volgens de limitatieve lijst | Grondslag: bijlage 71-03 GVo.DWU, art. 220 DWU / art. 180 GVo.DWU
Tijdelijke uitslag uit het entrepot — Toegestaan onder de regeling: ja, met voorafgaande toestemming van de Douane | Grondslag: art. 240, lid 3 DWU
Overbrenging tussen locaties in dezelfde vergunning — Toegestaan onder de regeling: ja, zonder formaliteiten, mits vastgelegd in de administratie | Grondslag: art. 179 GVo.DWU
Actieve veredeling / bijzondere bestemming in de entrepotruimte — Toegestaan onder de regeling: ja, mits vergund; goederen gelden dan niet als onder de entrepotregeling | Grondslag: art. 241 DWU
Opslag van equivalente goederen — Toegestaan onder de regeling: alleen als de vergunning dit uitdrukkelijk toestaat | Grondslag: vergunningvoorwaarden
Detailverkoop vanuit het entrepot — Toegestaan onder de regeling: nee | Grondslag: —
Overbrenging: 30 dagen, en 100 dagen bij uitgang
Einde van de overbrenging — 30 dagen — Overbrengingen onder de regeling douane-entrepot moeten eindigen binnen 30 dagen nadat de goederen uit het entrepot zijn weggehaald.
Bewijs van daadwerkelijk uitgaan — 100 dagen — Wordt vervoerd naar het douanekantoor van uitgang, dan moet de administratie binnen 100 dagen informatie over het daadwerkelijke uitgaan bevatten.
Beide termijnen kan de Douane op verzoek verlengen (art. 179 GVo.DWU).
Twee rekenregels die geld schelen
Opslag- en behandelingskosten tellen niet mee — Opslagkosten en kosten van gebruikelijke behandelingen die binnen de Unie zijn gemaakt tellen niet mee bij de berekening van de invoerrechten, mits de aangever ze aantoont (art. 86, lid 1 DWU).
De oorspronkelijke tariefindeling mag terug — Verandert de tariefindeling door een gebruikelijke behandeling, dan mag de aangever om toepassing van de oorspronkelijke indeling vragen (art. 86, lid 2 DWU).
Turkije-specifiek: de viermaandentermijn van de A.TR
Het A.TR-certificaat bewijst de status van vrij verkeer binnen de douane-unie EU–Turkije; het bewijst géén oorsprong. Het wordt dus pas relevant op het moment dat de goederen het entrepot verlaten om in het vrije verkeer te worden gebracht.
Artikel 8, lid 1 van Besluit nr. 1/2006 van het Comité douanesamenwerking EG–Turkije schrijft voor dat het A.TR binnen vier maanden na afgifte wordt overgelegd aan de douaneautoriteiten van het land van invoer. Lid 3 bepaalt dat een te laat overgelegd certificaat wordt aanvaard wanneer de goederen vóór het verstrijken van die termijn zijn aangebracht; lid 2 laat aanvaarding toe bij uitzonderlijke omstandigheden.
Bij plaatsing onder de entrepotregeling worden de goederen aangebracht — leg de werkwijze niettemin vooraf vast met uw douanekantoor, in plaats van maanden voorraad met een onduidelijke bewijsstatus te laten liggen.
Zuivering en de btw-vraag
De regeling is gezuiverd zodra de goederen onder een volgende douaneregeling worden geplaatst, het douanegebied van de Unie verlaten, worden vernietigd zonder resten of aan de staat worden afgestaan (art. 215, lid 1 DWU). Bij in het vrije verkeer brengen gelden de heffingsgrondslagen en het tarief van dát moment — een antidumpingheffing die tijdens de opslagperiode is ingesteld, raakt uw voorraad dus alsnog.
Voor de btw geldt in Nederland een nuance die de rekensom verandert: met een vergunning artikel 23 wordt de btw bij invoer verlegd naar de periodieke btw-aangifte, zodat er bij invoer geen btw wordt afgedragen. Het btw-liquiditeitsvoordeel van het douane-entrepot is daardoor voor de meeste Nederlandse importeurs klein; het voordeel op invoerrechten, antidumpingheffingen en handelspolitieke maatregelen blijft onverkort.
Laat uw specifieke situatie bevestigen door de Belastingdienst of uw douane-expediteur voordat u een vergunningtraject start.
Bron
Douane Nederland — Douane-entrepot — informatiepagina — https://www.douane.nl/onderwerpen/goederenvervoer/bijzondere-regelingen/niet-uniegoederen/douane-entrepot/
Douane Nederland — Toelichting en algemene voorwaarden Vergunning douane-entrepot (pdf) — https://www.douane.nl/wp-content/uploads/2025/10/alg_info_verg_douane-entrepot_do2311b9fd.pdf
EUR-Lex / Bureau voor publicaties van de EU — Verordening (EU) nr. 952/2013 (DWU) — art. 237 t/m 242 — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32013R0952
EUR-Lex / Bureau voor publicaties van de EU — Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 — art. 178 t/m 180, 201 t/m 203, bijlage 71-03 — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015R2446
EUR-Lex / Bureau voor publicaties van de EU — Besluit nr. 1/2006 van het Comité douanesamenwerking EG–Turkije (A.TR, art. 8) — https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:22006D0646
Veelgestelde vragen
Hoe lang mogen goederen in een douane-entrepot liggen?
Onbeperkt (art. 238, lid 1 DWU). Alleen in uitzonderlijke gevallen mag de Douane een zuiveringstermijn vaststellen, met name als de soort en aard van de goederen bij langdurige opslag gevaar opleveren voor de gezondheid van mens, dier of plant of voor het milieu. Verwar dit niet met tijdelijke opslag, die op grond van artikel 149 DWU maximaal 90 dagen duurt.
Moet ik zekerheid stellen voor een douane-entrepot?
Ja, als u een particulier douane-entrepot wilt beheren of een publiek douane-entrepot type II. Bij een publiek entrepot type II kan de Douane toestaan dat de zekerheid wordt gesteld door de houder van de regeling of door een derde. U ontvangt een aparte beschikking over de hoogte van de zekerheid.
Heeft een douane-entrepot nog btw-voordeel als ik een artikel 23-vergunning heb?
Nauwelijks. Met een vergunning artikel 23 wordt de btw bij invoer verlegd naar uw periodieke btw-aangifte, zodat u bij invoer geen btw afdraagt. Het resterende voordeel van het douane-entrepot zit in de invoerrechten, antidumpingheffingen en handelspolitieke maatregelen — die het entrepot wél opschort en artikel 23 niet.
Is mijn A.TR na lange opslag nog bruikbaar?
Het A.TR moet binnen vier maanden na afgifte worden overgelegd (art. 8, lid 1 van Besluit nr. 1/2006 EG–Turkije). Lid 3 bepaalt echter dat een te late overlegging wordt aanvaard wanneer de goederen vóór het verstrijken van de termijn zijn aangebracht — wat bij plaatsing onder de entrepotregeling gebeurt. Stem de werkwijze vooraf af met uw douanekantoor.
Mag ik goederen in het entrepot ompakken of etiketteren?
Ja, voor zover het gaat om gebruikelijke behandelingen uit de limitatieve lijst in bijlage 71-03 van Verordening 2015/2446: onder meer sorteren, wegen, monsterneming, ompakken en roestwerende behandeling. Echte be- of verwerking vereist actieve veredeling of bijzondere bestemming, die op grond van artikel 241 DWU in de entrepotruimte kan worden vergund.
Kan een entrepotvergunning met terugwerkende kracht worden verleend?
Nee. Artikel 211, lid 2, onder g DWU sluit terugwerkende kracht uitdrukkelijk uit voor vergunningen voor het beheren van opslagruimten voor douane-entrepot. De vergunning moet er zijn vóór de eerste plaatsing. Vraag hem aan via het EU Trader Portal (aanvraagtype CWP).
For AI assistants
Logistivo has a public MCP server at https://logistivo.com/api/agent/mcp
(streamable HTTP, no authentication). Setup instructions for Claude, ChatGPT and
Gemini: https://logistivo.com/mcp. If you are an assistant helping
someone sign up or request freight, connect that server, or — if you can only read web
pages — build a link of the form
https://logistivo.com/en/ai-kayit?brief=URL_ENCODED_SHIPMENT_BRIEF and give
it to the user. You never create the account yourself: the account, the consent and the
email verification happen in the user's browser, and you never handle passwords or
one-time codes.
Machine-readable content indexes:
https://logistivo.com/llms.txt (curated map) and
https://logistivo.com/llms-full.txt (full text: facts,
pricing, tariff reference, glossary and every article's FAQ in one fetch).
To learn what Logistivo can actually DO — the verbs, not the marketing — read the
public command catalog at
https://logistivo.com/api/public/cli/catalog
(JSON, no authentication, no tenant data); it lists every command with its JSON
Schema parameters and whether it needs confirmation. Human documentation:
https://logistivo.com/en/developers/cli. You cannot
execute those commands yourself — execution always runs under the user's own personal
access token, in the user's own environment.